Missie & Visie

Voorwoord 

Zowel visie als missie ontwikkelen zich voortdurend, mede onder invloed van maatschappelijke veranderingen: het is een proces van bewegen.

Niet bewegen komt overeen met vast zitten.

Bewegen, in beweging komen, in beweging brengen; het is het eerste hoofdthema van het opleidingsaanbod van Prevenzis. 

Levensstijl blijkt steeds vaker, onderbouwd, van grote invloed te zijn, zowel preventief als curatief, op welzijn en gezondheid. Om deze reden is levensstijl het tweede hoofdthema van het opleidingsaanbod van Prevenzis.

Beweegzorg en aanpassing/verbetering van levensstijl zijn de verbindende factoren van alle beroepsbeoefenaren die bij Prevenzis studeren. 

Met ons allen zijn we in beweging. 

Dit is een voorlopige bestemming;  het kerndocument Missie & Visie van Prevenzis vormt daarbij de routeplanner voor de komende jaren. 

Ommen, mei 2018

Missie & Visie Prevenzis in het kort

Missie Prevenzis

Het is de missie van Prevenzis om:

  • kwalitatief hoogstaand onderwijs binnen het CAM [1]-domein aan te bieden aan toekomstige beroepsbeoefenaars;
  • binnen dat onderwijs studenten te ondersteunen en helpen zich eigen te maken om tijdens zowel hun studie als hun toekomstige beroepsbeoefening in de eigen kracht [2] te staan.

Tot (een van haar) neven-missies rekent Prevenzis de wijze waarop zij een goede speler wil zijn binnen het CAM-domein [3].

Visie Prevenzis

Met de reguliere gezondheidszorg hecht Prevenzis grote waarde aan Evidence Based Medicine.

Gelijktijdig wil Prevenzis de waarde van Practice Based Medicine, daar waar (nog) geen wetenschappelijk bewijs voorhanden is, als onderbouwing voor zowel haar opleidingen als de daarin onderwezen behandelwijzen toepassen.

Binnen de huidige gezondheidszorg vormt Value Based Medicine [4] (naast maar vaak ook boven Evidence Based en Practice Based Medicine) een steeds groter criterium voor toepassing van zowel wel als niet wetenschappelijk onderbouwde behandelwijzen.Met het steeds verder groeien van de kosten van gezondheidszorg vormt Value Based Medicine mogelijk de enige weg om tot verlaging van die kosten te komen. Prevenzis zal, daar waar mogelijk/zinvol, binnen haar opleidingen aangeven waar en op welke wijze deze opleidingen Value Based zijn.

Uitwerking Missie & Visie Prevenzis

1. Inleiding: Prevenzis in beweging 

Een aantal ontwikkelingen zijn debet aan het feit dat Prevenzis in beweging is, zowel in de gezondheidszorg als in het onderwijs en bij de beroeps?en cliëntorganisaties.

1.1. Ontwikkelingen in de Nederlandse gezondheidszorg

  • de complementaire zorg wordt door steeds meer mensen gezien als een onderdeel van de zorg in het algemeen en dusdanig gebruikt;
  • net als bij de reguliere zorg komt ook in de complementaire zorg kennis en wetenschappelijke onderbouwing van diagnostische en therapeutische verrichtingen steeds meer beschikbaar en vormen (mede) voorwaarde voor professionele erkenning;
  • de zorgverzekeringen stellen steeds meer eisen aan (algemene) basiskennis in de vorm van een MBK en/of PSBK?kwalificatiedossier met een daaraan gekoppeld transparant register[5], met daarbij behorende bij? en/of nascholing om geregistreerd te blijven; 
  • de Wet Kwaliteit, Klachten en Geschillen Zorg (Wkkgz2016) geldt ook voor de beroepsbeoefenaren in de complementaire zorg;
  • een nieuwe definitie van gezondheid [6] [7] met als gevolg o.a. een verschuiving van curatieve naar preventieve zorg is inmiddels algemeen geaccepteerd;
  • de invloed van aanpassing/verbetering van de levenswijze (Lifestyle) heeft, inmiddels bewezen, effect op de gezondheid;
  • Practice Based evidence heeft, als onderbouwing, een plaats gekregen naast, en soms boven, Evidence Based [8];
  • Value Based Practice begint steeds meer een belangrijke factor te worden in het geheel van het gezondheidszorgdomein.

1.2. Ontwikkelingen in het onderwijs

  • De houdbaarheidsdatum van kennis is veel korter dan een aantal jaren terug; life-long learning is een gegeven;
  • meer en meer informatie komt digitaal ter beschikking;
  • onderscheid kunnen maken in wat nú relevant is en wat dat niet is, is zeker daar waar het gaat om gezondheidsvraagstukken, van belang; 
  • digitale leermiddelen zijn inmiddels breed beschikbaar en bieden mogelijkheden om onderwijs persoonlijk te maken, zowel voor wat betreft inhoud, didactisch als logistiek.  (gepersonaliseerd leren, leerstijl specifiek,niet meer plaats en tijd gebonden).

1.3. Ontwikkelingen bij beroeps? en cliëntenorganisaties en andere belangenverenigingen

  • Met de komst van een gelaagd beroepsregister [9] ontstaat er een differentiatie in beroepstaken met het daar bij behorend opleidingsniveau;
  • de wens uit het praktijkveld (opleidingen en beroepsbeoefenaren) aan beroepsorganisaties om met specifieke beroepsprofielen te komen met daarbij behorende kwalificatiedossiers;
  • beroepsopleidingen ontwikkelen zich steeds transparanter ;
  • de borging van kwaliteit wordt gemakkelijker en de professionalisering van de complementaire zorg wordt door alle stakeholders wordt omarmt; 
  • er ligt een steeds grotere nadruk op participatie; erkenning van ervaringsdeskundigheid door de beroepskracht; 
  • Complementaire zorg wordt in het kader van preventie steeds meer ingeschakeld bij en door de reguliere zorg;
  • in de keten van veel zorgaanbieders (gezondheidscentra) ontstaan steeds meer initiatieven tot samenwerking tussen complementaire  en reguliere zorg;
  • in WMO teams komt dit ook meer voor: interdisciplinaire samenwerkingsverbanden (de opkomst van interprofessioneel werken – de T-shape professional;
  • koepelorganisatie NIBIG kiest voor samenwerken.

1.4. Opleidingsinstituut Prevenzis; kennismakelaar

Als opleidingsinstituut is Prevenzis een van de belanghebbenden in al deze ontwikkelingen. Prevenzis neemt met overtuiging de uitdaging op om, in haar rol van kennismakelaar, mede hieraan betekenis te geven. 

Een kennismakelaar is actief en gericht bezig met ontwikkelingen op allerlei beroepsrelevante kennisgebieden. Zo volgt hij, mogelijk (in co-creatie met de beroepsvereniging(en), haar leden en de eigen deelnemers /beroepsbeoefenaren) ontwikkelingen op maatschappelijk?, werk? en of onderwijskundig veld. Met als primair doel het potentieel (kennis, vaardigheid en attitude = competentie) van de beroepsbeoefenaar aan te boren dan wel op zijn minst te consolideren en te verbeteren [10].

1.4.1. Rollen kennismakelaar

De kennismakelaar kent verschillende rollen:

  • Als ‘scout’ van nieuwe kennis; 
  • als ‘vertaler’ die kennis kan omzetten naar toepassingsmogelijkheden; 
  • als ‘marketeer’ die kennis kan vermarkten naar een specifieke doelgroep.

1.4.1.1. Ad 1: De kennismakelaar als scout

Als je de weg niet kent, is het voor beroepsbeoefenaren vaak moeilijk om efficiënt te investeren in kwaliteitszorg en permanente educatie. Prevenzis als  kennismakelaar kan hierin verkennen en verbinden. Verdiepen, bevorderen en versnellen zijn werkwoorden die passen bij de rol van scout. Door proactief te netwerken zal Prevenzis een impuls geven aan nieuwe vragen rondom initiatieven en maatschappelijke trends.  Innovatieve bedrijvigheid, cross-sectorale samenwerking,(mede) vormgeven aan een speelveld met andere stakeholders (cliëntenverenigingen, maatschappelijke organisaties,gezondheidsinstellingen, alumni, koepelorganisaties, NIBIG en beroepsverenigingen).

1.4.1.2. Ad 2: De kennismakelaar als vertaler

Prevenzis als kennismakelaar volgt de onderzoeksprogramma’s zowel nationaal als internationaal. Naast universiteiten spelen ook research? en kennisinstituten, beroepsverenigingen en hogescholen een belangrijke rol in het ontwikkelen en implementeren van met name praktisch toepasbare kennis. De kennismakelaar volgt deze inspanningen, maar zal zelf ook initiatieven nemen als aanjager tot het toepassen van nieuwe kennis in de eigen beroepsrelevante methodieken, onderzoeken en processen. 

De kennismakelaar zal als vertaler kennis toegankelijk maken en beschikbaar stellen aan het praktijkveld. Hiervoor zal hij zicht moeten krijgen op wat student beroepsbeoefenaren willen, wat beroepsverenigingen voorschrijven of voorstellen aan hun leden. 

Op het moment dat hij hiermeeaan de slag gaat kan er betekenis gegeven worden aan de informatie en zal deze informatie kunnen worden vertaald naar kennisoverdracht in de breedst mogelijk vorm van scholing. 

Hiermee draagt Prevenzis als kennismakelaar bij aan het proces om de juiste educatie bij de juiste persoon te krijgen waardoor er uiteindelijk aantoonbaar sprake is van permanente educatie.  

1.4.1.3. Ad 3 De kennismakelaar als marketeer

Om in te kunnen spelen op de specifieke leerbehoefte van de gebruikers komt Prevenzis als kennismakelaar in haar rol van marketeer naar voren. Interviews, gebruikersstatistieken, netwerkanalyses, literatuuronderzoek, marktonderzoek, etc. moet ertoe leiden dat het profiel van de (aspirant) student beroepsbeoefenaar van Prevenzis up to date zijn. Belangrijke invullingen hierbij zijn:

  • het stimuleren van een brede uitwisseling van kennis en ervaringen vanuit verschillende relevante bronnen; 
  • het faciliteren van gemeenschappelijk gebruik van interne en externe kennisbronnen;
  • het ondersteunen van communicatie en samenwerking over de werkvelden met als doel het realiseren van een bredere toepassing van bewezen of veel belovende good practices. 

1.5. Prevenzis in beweging

Geheel in lijn van al deze ontwikkelingen zal opleidingsinstituut Prevenzis de focus verbreden van opleider voor de NeuroMusculairTherapeut (NMT) naar opleidingsinstituut voor de complementaire (beweeg/levensstijl)zorg. Van initieel hbo?gericht (hbo-niveau) opleiden, naar opleiden volgens de indeling van het gelaagd register [11]. Van curriculum gestuurd onderwijs met een afgebakend programma?aanbod, naar zelforganiserend onderwijs,waarbij in dialoog een persoonlijk leerarrangement kan worden samengesteld voor zowel aspirant?, beginnend- als ‘gearriveerd’ (ook wel: ervaren)beroepsbeoefenaar.  

Prevenzis wil een dynamische aanbieder zijn van onderwijs in de complementaire (beweeg/levensstijl)zorg. Ze wil flexibel kunnen inspelen op de veranderende omgeving en persoonlijke leerwegen kunnen bieden aan alle beroepsbeoefenaren in de complementaire (beweeg/levensstijl)zorg ongeacht hun opleidingsstatus [12].

2. Visie op het beroepsveld

2.1. Geschiedenis: in beweging komen

In 2007 is Prevenzis gestart met het verzorgen van onderwijs op het gebied van stoelmassage en triggerpointtherapie. Na afronding van de opleidingen gingen oud?studenten via Prevenzis aan de slag om met stoelmassage het verzuim bij bedrijven van opdrachtgevers te verminderen. In 2009 veranderde de doelstelling in de richting van een 4?jarige opleiding tot NeuromusculairTriggerpointtherapeut (NMT). 

De NeuroMusculair Therapeut (NMT) leert bij Prevenzis, uitgaande van een holistisch ( bio-psychosociaal) model,de gezondheidsklacht van de cliënt te beoordelen. Hiertoe krijgen de studenten een compleet programma aangereikt met aandacht voor alle noodzakelijke elementen om in de praktijk goed te functioneren als zelfstandig therapeut alsook in een multidisciplinaire omgeving. 

De NMT onderscheidt zich door uitgebreide kennis van de samenhang tussen triggerpoints en pijnpatronen. De NMT geeft vooral hands?on therapie, daar waar in de fysiotherapie een ontwikkeling te zien is geweest in de richting van hands?off therapieën.Daarbij stimuleert de 
NMT de eigen verantwoordelijkheid van de cliënt bij het herstel van de gezondheidsklacht. De NMT kent zijn domein en handelt binnen zijn domein. De NMT kan een cliënt adequaat doorverwijzen indien noodzakelijk.  Hiermee wordt de NMT steeds meer een specialist; een therapeut geregistreerd in de hoogste echelons van het CAM?competentie register (bron NIBIG 2016).

2.2. Hier en nu; in beweging zijn

Voor de NMT zal er altijd een relevant opleidingsaanbod zijn bij Prevenzis. Maar Prevenzis ziet een bredere ontwikkeling naar meer generieke en meer gedifferentieerde beroepsbeoefening in de complementaire zorg als noodzaak om te kunnen blijven voldoen aan de vraag van (potentiële) deelnemers/studenten. 

Preventieve gezondheidszorg wordt een steeds belangrijker aandachtsveld in de huidige samenleving.Vroege bewustwording door het bevorderen van lichaamsgevoel bij cliënten van de balansverstoringen in belasting/belastbaarheid is een belangrijk thema uit de praktijkvoering van de student/(toekomstig)beroepsbeoefenaar van Prevenzis.   

Vitaliteit, focus op veerkracht, gezond leven zijn speerpunten uit kabinetsbeleid en trend in deze maatschappij [13].

Vanaf 2017 is een gelaagd register beschikbaar [14]. Opleiding en ervaring zijn de twee sterke pijlers van dit register. Het gelaagd register geeft beroepsbeoefenaren in het complementaire veld (het ‘CAM-domein’) de mogelijkheid zich te profileren met hun specifieke vaardigheden. Het register maakt zichtbaar en inzichtelijk; niet alleen de discipline maar ook wat de kennis, ervaring en resultaten van iedere beroepsbeoefenaar is.[15]

De profilering en de daarbij behorende positionering van de beroepsbeoefenaar is een belangrijk thema; koepel? en beroepsorganisaties, verzekeringen en andere belangenverenigingen buigen zich voortdurend hierover. Vooralsnog is de Vektis clusterindeling een belangrijk instrument dat ook voor Prevenzis houvast gaat bieden.

Vooralsnog haakt Prevenzis hierop in met haar opleidingsaanbod, door dit te verbreden en zal vanaf nu spreken over de Beroepsbeoefenaar in de Integratieve (beweeg/levensstijl)Zorg[16] (BIZ)als haar doelgroep en stelt zich daarbij ten doel dat de BIZ, opgeleid bij Prevenzis;

  • In staat is om door middel van screening vast testellen of de cliënt bij de BIZ op de juiste plek is;
  • indien nodig of gewenst kan de BIZ adequaat doorverwijzen naar de reguliere zorg;
  • het bio-psychosociaal model hanteert om de factoren die van invloed zijn op het ontstaan of voortbestaan van een klacht in kaart te brengen; 
  • vaardig is in het proces van klinisch redeneren en in staat is, zijn pluis/niet-pluis gevoel te staven aan de rode en gele vlaggenparade uit het kwalificatiedossier M&PSbk (bron Plato);
  • verantwoording af kan leggen over de gemaakte  keuzes tijdens het diagnostisch en therapeutisch proces. 

3. Visie op onderwijs 

3.1. Praktijk geïnitieerd onderwijs 

Er is veel diversiteit in de complementaire (beweeg/levensstijl)zorg; er zijn veel verschillende beroepsbeoefenaren die allemaal hun eigen werkwijze hebben. Prevenzis kiest voor een breed aanbod van werkwijzen en zal zich niet focussen op een centrale ‘zaligmakende’ methodiek omdat zij van mening is dat dit een waarborg is om niet in dogma’s te vervallen. 

Prevenzis is ervoor de praktijk; de praktiserend beroepsbeoefenaar, en in het verlengde daarvan de cliënt met zijn hulpvraag, passend binnen de complementaire (beweeg/levensstijl)zorg (bron Vektis code).

De praktijk is het bestaansrecht voor Prevenzis.  Deze keuze creëert behendigheid en lenigheid om in contact te blijven met een dynamisch werkveld; de praktijk. 

Prevenzis maakt zich sterk voor praktijk geïnitieerd onderwijs. 

3.2. Beroepsrollen, beroepsprofielen, beroepscompetenties

De BIZ, opgeleid bij Prevenzis, kent verschillende beroepsrollen.

  • Hij voert in de meeste gevallen een zelfstandige praktijk.
  • Samenwerking met andere beroepsbeoefenaren is noodzakelijk zowel in de complementaire zorg met collegae uit het zelfde cluster en uit andere clusters (volgens Vektis-indeling) alsook met beroepsbeoefenaren in de reguliere zorg. 
  • Als ondernemer zorgt de BIZ er onder meer voor dat hij/zij in contact komt met mensen meteen specifieke hulpvraag.
  • Als praktijkhouder draagt de BIZ zorg voor onder meer de financiële?en cliëntadministratie.
  • Als hulpverlener verricht de BIZ  taken op het gebied van onderzoek en begeleiding /ondersteuning of therapie bij mensen met gezondheidsklachten.   

Binnen het onderwijs vanPrevenzis is ruimschoots aandacht voor de ontwikkeling van de daarvoor benodigde competenties.

Onder een competentie verstaat Prevenzis een geïntegreerd geheel van kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes. De competentiesets die Prevenzis gebruikt zijn allemaal een afgeleide van de algemene HBO?kerncompetenties[17] zoals ook geformuleerd door de SNRO.

3.3. Leerlijnen

Bij competentiegericht onderwijs wordt veel gebruik gemaakt van realistische, betekenisvolle beroepstaken. De beroepspraktijk vormt het startpunt van het leerproces bij Prevenzis. Dit komt naar voren in het totale onderwijsaanbod wat te herleiden is naar de drie beroepsrollen en naar de typerende drie leerlijnen: de Kennisleerlijn, de Beroepsleerlijn en de Ontwikkelleerlijn; 

  • De eerste (kennisleerlijn) richt zich op theorie en kennisvergaring. De focus ligt hierbij vooral op inzicht. Parate kennis is nodig om te kunnen verantwoorden wat je als beroepsbeoefenaar doet of juist niet doet. Kennis is de basis van professioneel handelen. 
  • De tweede (beroepsleerlijn) is vakgericht; vaardigheid en praktijk staan hier centraal. De intrinsieke motivatie om te leren haalt de beroepsbeoefenaar uit het direct toepasbaar kunnen maken van het geleerde in de praktijk. De ervaringen van de cliënt zijn hier van grote invloed.   
  • De laatste (ontwikkelleerlijn) gaat over persoonlijk leiderschap. Hierbij gaat het om de bewustwording, de ontwikkeling van de eigen grondhouding.  Belangrijk, omdat de relatie tussen beroepsbeoefenaar en cliënt van essentiële waarde is voor het slagen van de ondersteuning, begeleiding of therapie. Het is de grondhouding, de bewustwording van de eigen persoonlijke gronden van de beroepsbeoefenaar die van grote invloed is op de professionele relatie. Je bent zelf een deel van je gereedschap.

De lijnen zijn onderling wel te onderscheiden, maar nooit te scheiden.

De leerlijnen zijn in het curriculum herkenbaar en worden elk op hun eigen merites onderwijskundig uitgewerkt volgens verschillende taxonomiecodes [18].  

3.4. Praktijkgericht; informeel leren

Casuïstiek staat centraal.  Het leren aan de hand van casussen heeft tot doel aan te zetten tot het bestuderen van diverse literatuur/bronnen (evidencebased en common fact). 

De keuze om sterk praktijkgerichtte werken sluit aan bij de intrinsieke motivatie, bij de drijfveer van de BIZ die zich voortdurend wil ontwikkelen om van werkelijke en blijvende waarde te kunnen zijn voor zijn clientèle.  

Praktijkgericht werken past bijde laatste inzichten over opleiden en permanente educatie waarin steeds meer betekenis wordt gegeven aan het informele leren; Jennings met zijn 70?20?10 referentie model [19] (70%: leren door te werken ? 20%: leren door coaching en feedback ? 
10%: leren door formele training) is hier het referentiekader.

Prevenzis heeft zich ten doelgesteld om deze 70%, wat in de regel informeel leren wordt genoemd, in haar didactiek te integreren. Voor Prevenzis is de uitdaging om Informeel leren te formaliseren, waarbij de kracht van het informele blijft behouden. Dit zal vooral zichtbaar zijn in de invulling van de supervisie, stagebeleid en praktijkopdrachten.

De vaardigheden worden geoefend in de eigen praktijk of met behulp van gesimuleerde praktijksituaties. Een student/(aankomend)beroepsbeoefenaar bij Prevenzis heeft een (eigen) praktijk of heeft de mogelijkheid om in een praktijksituatie te leren/werken. In dialoog met de student/aspirant-beroepsbeoefenaar kan Prevenzis middels haar netwerk hierin matchen. Deze praktijkcontacten maken deel uit van het opleidingsprogramma.

De veldervaringen stelt de student/beroepsbeoefenaar in staat actief en bewust zijn leervragen om te zetten in praktijkgerichte leerdoelen of om ervaring op te doen met onderzoek en behandeling van cliënten. 

3.5. Gelaagd principe: Basis algemeen – Beroeps generiek – Beroeps specifiek 

Overeenkomstig het gelaagdberoepsregister is het opleidingsaanbod van Prevenzis opgebouwd en geoormerkt in een:

  • Basis curriculum, waarin de MBK en PSBK regulier en een onderdeel MBK en PSBK complementair worden aangeboden; 
  • generiek curriculum waarin verschillende onderwijseenheden worden aangeboden voor de generieke BIZ.  Dit kan gezien worden als basis voor de specialist die de BIZ is (of tenminste: zal worden);
  • specifiek curriculum waarin verschillende onderwijseenheden worden aangeboden waarmee de BIZ zich kan specialiseren.

3.5.1. Medische basiskennis

De medische basiskennis (MBK) vormt in eerste instantie een belangrijk theoretisch kader waardoor de student?beroepsbeoefenaar in staat gesteld wordt om op een veilige manier cliënten, binnen de grenzen van de eigen bekwaamheid en bevoegdheid, te onderzoeken en begeleiden, ondersteunen of te behandelen.

Daarnaast legt het de basis voor het ontwikkelen van het klinisch redeneren.

3.5.2. Gepersonaliseerd traject

Het onderwijsaanbod van Prevenzis is geoormerkt aan de echelons van het gelaagde register.

De student?beroepsbeoefenaar heeft de mogelijkheid om samen met een studiecoach een onderwijsarrangement samen te stellen waarin verbreding en verdieping mogelijk is verschillende modulen binnen eenzelfde echelon of een ander).

Afhankelijk van het oormerk (basis algemeen, beroeps generiek, beroeps specifiek) komt de nadruk naast vaardigheidstraining meer en meer te liggen op het ontwikkelen van (klinisch)redeneer? en denkvaardigheden.

Zo ontstaat er een gepersonaliseerd traject van (permanente) educatie. 

3.5.3. Blended learning

Permanente educatie bij Prevenzis wordt in een blended-learning vorm aangeboden.

Online vindt verdieping plaats voor het aanleren en verwerven van theoretische kennis.

Verdieping en integratie naar vaardigheid en attitude vindt plaats in de lesbijeenkomsten die vooral praktijkgericht, trainingsgericht en/of workshopgericht zijn.

Daarnaast is er een aanpalend leertraject voor de student/(toekomstig)beroepsbeoefenaar beschikbaar waarin coaching, consultatie, supervisie, intervisie plaatsvindt zowel praktijkgericht als persoonsgericht. Reflectie is hierbij het kernbegrip. 

De drie leerlijnen (kennisleerlijn, beroepsleerlijn en ontwikkelleerlijn) zijn herkenbare onderdelen in de uitwerking van al het aanbod.

Tevens zal erduidelijk gestreefd worden naar een ontwerp dat overeenkomt met het 70?20?10 referentie model, maar dit zal niet op een dogmatische wijze worden nagerekend.  Prevenzis ondersteunt het principe ervan, maar vindt deze verhouding arbitrair. 

3.5.4. Onderwijseenheden

Elk onderwijsproduct kan een opzichzelfstaande eenheid zijn die verschilt in studiebelastinguren of registratiepunten. Ook kan elk onderwijsproduct een onderdeel zijn van een grotere onderwijseenheid. Op deze wijze wordt per deelnemer inzichtelijk of het gaat om initieel onderwijs of bij-/nascholing. 

Verschillende schakels vormen een keten. Het totaal van de studiebelastinguren en de afsluiting van de schakels en keten, bepalen of er sprake is van een module,leergang of opleiding.

Alle schakels zijn geoormerkt als basis of verdiepend. 

De producten kunnen verticaal (specifiek) en horizontaal (generiek) worden opgebouwd. 

De onderwijseenheden die Prevenzis aanbiedt zijn te verdelen in verschillende volumes. Dit is een belangrijk gegeven voor de registratie-eisen om in een bepaald echelon te komen van het gelaagd register. 

Prevenzis heeft de volgende eenheden in haar aanbod opgenomen [20]:

  • Workshops; vanaf 4 tot 8 studiebelasting uren. 
  • Trainingen; vanaf 8 tot 28 studiebelasting uren. 
  • Seminars; vanaf 8 tot 28 studiebelasting uren. 
  • Modulen; 28 tot 140 studiebelasting uren.

De mogelijkheid bestaat om deze eenheden te koppelen en stapelen tot een opleiding. De studiecoach adviseert de student/(aankomend)beroepsbeoefenaar bij het samenstellen van zijn leertraject inclusief de borging ervan door middel van de  toetsingsvoorwaarden [21]

Prevenzis wil hiermee differentiatie in niveau van beroepsbeoefenaren mogelijk maken.

Prevenzis stelt vast dat het hbo-niveau niet voor iedere behandelvorm een vereiste is. Daarom moet het mogelijk zijn dat beroepsbeoefenaren op hun eigen niveau, veilig en verantwoord, kunnen werken met hun cliënten.

Prevenzis wil beroepsbeoefenaren de mogelijkheid bieden om zich te ontwikkelen richting hbo-niveau om zo meer complexere hulpvragen aan te kunnen. 

De beroepsbeoefenaren kunnen ook kiezen voor een ontwikkeling in de breedte.

Het is belangrijker dát de beroepsbeoefenaren zich ontwikkelen dan dat er een ontwikkeling moét zijn naar een hoger niveau. De student? beroepsbeoefenaren wordt uitgenodigd en gestimuleerd om daarbij zélf de regie in handen te nemen.

3.5.5. Rol van reflectie 

In de onderwijseenheden wisselt men ideeën uit omtrent de geformuleerde leerdoelen en zoekt de verdieping middels het bio-psychosociaal model en de principes van het klinisch redeneren. De student/(aankomend)beroepsbeoefenaar probeert zijn verkregen inzicht en vaardigheid in de praktijk toe te passen, en reflecteert daar weer op.  Reflecteren betekent veilig en verantwoord je beslissingen kunnen verantwoorden.

De student/(aankomend)beroepsbeoefenaar reflecteert individueel en in kleine werkgroepjes op zijn praktijkervaring. De reflectiecirkel van Korthagen (Korthagen, Koster, Melief & Tigchelaar,2002) is een belangrijk hulpmiddel om die reflectie te structureren (handelen, terugblikken, formuleren van essentiële aspecten, alternatieven ontwikkelen en daaruit kiezen, en uitproberen). 

Er wordt gewerkt met portfolio?opdrachten waarin de student/(aankomend)beroepsbeoefenaar voor hem belangrijke ervaringen in de praktijk beschrijft. Later kan dan op deze praktijkervaringen worden gereflecteerd, en deze reflecties kunnen als startpunt dienen voor verdere ontwikkeling.

In de lesbijeenkomsten, maar ook bij de uitwerking van werkgroep?opdrachten en interactief in de elektronische leeromgeving (ELO), beoordeelt men via verschillende feedback-werkvormen elkaars gedrag in de (gesimuleerde) praktijk. Specifiek aan trainingen is het om beurten oefenen in de rol van therapeut, cliënt en beoordelaar. Een stap verder is het oefenen met ervaringsdeskundigen in de rol van simulatie cliënt. Prevenzis bouwt hiervoor aan een bestand van cliënten via haar student/(aankomend)beroepsbeoefenaren.

Reflecteren moet volgens Korthagen (2005) niet alleen gericht zijn op het denken, maar ook op het voelen, willen en doen. Bewust maken van belangrijke onbewuste gedachten, gevoelens, verlangens en handelingen is in zijn ogen de belangrijkste functie van reflectie. Korthagen onderscheidt zes niveaus van reflectie, van de buitenkant naar het diepe innerlijk: omgeving, gedrag, competenties, overtuigingen, identiteit, en missie. Als ook de niveaus van identiteit en missie betrokken worden in de reflectie spreekt hij van kernreflectie. Hij wijst op het belang van overeenstemming tussen de verschillende niveaus van professioneel en persoonlijk functioneren, die ervaren wordt als harmonie.  Het is deze opvatting die het maakt dat reflecteren volgens Korthagen zo aansluit bij de visie van Prevenzis en een geheel vormen met het klinisch redeneren en het Bio-psychosociaal model.

De opvattingen van de student/(aankomend)beroepsbeoefenaar over ziekte en gezondheid, over zorg en welzijn, spelen een rol in zijn professioneel handelen. Deze opvattingen en de motieven van de student?beroepsbeoefenaar komen in het gepersonaliseerde opleidingstraject expliciet aan de orde. 

3.5.6. Gepersonaliseerd leertraject 

Een gepersonaliseerd leertraject is cumulatief opgebouwd.

Alle leereenheden zijn, mits voldaan wordt aan de inclusiecriteria, afzonderlijk te volgen. Om groei op competentieniveau mogelijk te maken en deze beter te kunnen sturen en beoordelen is samenhang en opvolging (volgordelijkheid) tussen de leereenheden noodzakelijk. Competentieontwikkeling is als een geïntegreerd geheel ingebouwd in het leertraject en vormt een overstijgende en verbindende factor tussen alle leereenheden onderling. 

Zelfstudie maakt een belangrijk deel uit van de onderwijsvisie van Prevenzis.

Van de student/(aankomend)beroepsbeoefenaar wordt een grote mate van zelfsturing en samenwerking (samen leren) verwacht met betrekking tot het verwerken van theorie en vaardigheden. De student is verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces. Ter ondersteuning van het leerproces van de student/(aankomend)beroepsbeoefenaar is een uitgebreide digitale en interactieve leeromgeving (ELO) beschikbaar die de communicatie tussen student/(aankomend)beroepsbeoefenaar, docent en studiecoach ondersteund. Gegevens met betrekking tot de onderwijsinhoud en studievoortgang zijn via dit ELO beschikbaar voor zowel de studenten als de docenten en studiecoaches en de organisatie. 

3.6. Concepten en principes die ten grondslag liggen aan het onderwijsaanbod 

Het onderwijsaanbod vanPrevenzis is herkenbaar aan zijn structuur door een aantal concepten en principes:

  • Kennisvergaring vindt voornamelijk plaats middels ‘flipped the class’ werkvormen [22];
  • de lesbijeenkomsten zijn verdiepend door haar werkvormen en aansluitend aan de bijbehorende e?learning inhoud;   
  • verdieping en inzicht verwerving vindt plaats door werkvormen te focussen op het ontleden van kritische beroepssituaties en professionele dilemma’s;
  • theorie wordt altijd, door middel van werkvormen,verbonden met de praktijk van de student/(aankomend)beroepsbeoefenaar;
  • vaardigheden worden altijd verbonden met de bewustwording van de eigen beleving van de student/(aankomend)beroepsbeoefenaar;
  • trainingsvormen kennen een opbouw van voordoen ?nadoen/meedoen ?zelfdoen/doen in de lesbijeenkomst ? doen in de praktijk;
  • bij elke onderwijseenheid (workshop, seminar,training, module) is tenminste 1 portfolio werkvorm opgenomen waarmee de student/(aankomend)beroepsbeoefenaarinzicht en overzicht verkrijgt in zijn leerproces.

3.7. Prevenzis; een lerende organisatie 

Er zijn 3 opleidingsfuncties teonderscheiden bij het primaire onderwijsproces: de docent, de studiecoach en de studie innovator. Voor allen geldt:

  • de functionarissen zijn als beroepsbeoefenaar werkzaam of werkzaam geweest in de complementaire zorg; 
  • de functionarissen hebben ervaring in het (reguliere) onderwijs en zijn aantoonbaar bevoegd dan wel bekwaam;
  • de functionarissen hebben een visie op onderwijs die aansluit bij de visie van Prevenzis.
  • De functionarissen dienen bereid te zijn deze visie om te zetten in concreet handelen in de onderwijspraktijk en zijn derhalve op de hoogte van de concepten en principes die ten grondslag liggen aan het onderwijsconcept van Prevenzis; 
  • de functionarissen maken gebruik van kwaliteitszorgcycli en zelfreflectie als middel om het onderwijs te verbeteren
  • de functionarissen komen minimaal één keer per schooljaar volgens de planning en agenda bij elkaar om met elkaar de ontwikkeling van Prevenzis tot het opleidingsinstituut wat zij is en wil blijven zijn, vorm te geven. In deze bijeenkomsten staat de samenhang tussen de visie op onderwijs in de complementaire (beweeg/levensstijl)zorg, de persoonlijke ontwikkeling van de functionarissen en de ontwikkeling in het praktijkveld centraal; 
  • jaarlijks wordt bekeken op welke manier de docenten aan hun eigen docent?skills kunnen werken om de ontwikkeling van het didactisch klimaat binnen Prevenzis te stimuleren; 
  • de docent is vooral een materiekundige met een vakspecifieke didactische kennis. In bijzondere gevallen kan er ook sprake zijn van een ervaringsdeskundige [23] ;  
  • de studiecoach is een inhoudsdeskundige op het gebied van advisering, coaching of een andere procesgerichte discipline. Er is een grote affiniteit met de complementaire (beweeg/levensstijl)zorg en life-long learning aanwezig;
  • de studie-innovator is een opleidingsdeskundige en zal vooral de rollen van de kennismakelaar in zijn takenpakket hebben; 
  • alle functionarissen kunnen in de elektronische leeromgeving (ELO) de rol van moderator vervullen, elk vanuit de eigen deskundigheid;
  • alle functionarissen kunnen elk,  vanuit de eigen deskundigheid, een taak hebben bij de beroepsleerlijn van de student/(toekomstig) beroepsbeoefenaar (praktijkopdrachten,praktijkonderzoeken, stagebegeleiding, assessment);
  • alle functionarissen kunnen een taak krijgen, afhankelijk van hun deskundigheid en competentie, als opleidingscoördinator, opleidingsexaminator, supervisor, opleidingsontwikkelaar; 
  • de functionaris met de taak van opleidingscoördinator is door de directie gemandateerd;
  • het beloningssysteem is gedifferentieerd;afhankelijk van de taken en verantwoordelijkheden.

3.8. Kwaliteitsborging

Studenten/(toekomstige)beroepsbeoefenaren, alumni en de beroepsvereniging spelen in de ontwikkeling van het onderwijs bij Prevenzis een belangrijke rol om de aansluiting met de praktijk te garanderen.

Per onderwijseenheid wordt aan de studenten feedback gevraagd door ze een evaluatieformulier in te laten vullen. Daarnaast kunnen studenten altijd contact opnemen met de directie voor een (evaluatie)gesprek.

Prevenzis zal periodiek het initiatief nemen voor uitwisselingsbijeenkomsten met alumni om zo in contact te blijven met het veld. 

De studiecoach zal een aspirant student/(toekomstig)beroepsbeoefenaar eerst een intake afnemen, waarmee inzicht verschaft wordt in de aanvangscompetenties gerelateerd aan de persoonlijke leerwensen/leerdoelen. 

In dialoog zal in de intake een gepersonaliseerd leertraject worden uitgestippeld. 

Elke student/(toekomstig)beroepsbeoefenaar van Prevenzis heeft een portfolio i.c. bouwt een portfolio op. In dit portfolio verzamelt hij bewijzen voor zijn groei in de verschillende competenties en reflecteert hij op zijn ontwikkeling als geheel. De leerlijnen zij hierbij leidend. 

Afhankelijk van het leertraject, de weging en normering van de onderwijseenheid, zal er een beoordeling plaatsvinden van de mate waarin de student/(toekomstig)beroepsbeoefenaar zijn geformuleerde leerdoelen heeft bereikt. 

De student is zelf regisseur van zijn leerproces in het leertraject.  De studiecoach speelt een grote rol bij het coachen van de student/(toekomstig)beroepsbeoefenaar in alle keuzes en fasen van zijn leerproces. 

3.9. Portfolio

Het gebruik van portfolio’s is voor een belangrijk deel voortgekomen uit de wens naar meer authentieke vormen van beoordeling.

Prevenzis gebruikt het portfolio als instrument om de student/(toekomstig)beroepsbeoefenaar te helpen reflecteren op zijn ontwikkeling, om theorie en praktijk met elkaar in verband te brengen, en als instrument om die ontwikkeling te beoordelen.(zie bijv. Tigelaar, 2005; Van der Schaaf, 2005, zij onderzochten het gebruik van het portfolio door docenten in opleiding). 

Er is sprake van een beoordelingsportfolio en een ontwikkelingsportfolio. Het portfolio is een belangrijk middel voor zowel de student als de organisatie. Het portfolio helpt de student bij zijn regie over zijn leerproces. Door het portfolio kan hij voor zichzelf en de onderwijsorganisatie inzichtelijk maken wat de voortgang is.

4. Samenvatting

Op basis van de visie op onderwijs en opleiden bij Prevenzis zijn 12 uitgangspunten geformuleerd die zowel richting als ruimte geven voor de vormgeving en het ontwerp van het onderwijsaanbod van Prevenzis:

  1. Vraagstukken, onderzoeksvragen uit de beroepspraktijk verbonden aan de kennis en expertise binnen Prevenzis vormen de basis voor het  onderwijsaanbod en zijn daardoor actueel en relevant.
  2. Het onderwijsaanbod van Prevenzis komt tot stand in co?creatie met de beroepspraktijk. Co?creatie staat voor praktijk-geïnitieerd, onderzoekend, inspirerend samen leren, alles volgens de principes van het kennismakelaarschap.
  3. Prevenzis stelt de student/(toekomstig)beroepsbeoefenaar in staat de regie te voeren over zijn leerproces en de richting waarin hij zich ontwikkelt. 
  4. Een leer?ontwikkel traject wordt voorafgegaan door een intake? en matchingsprocedure. 
  5. Een leer?ontwikkel traject biedt ruimte aan de student/(toekomstig)beroepsbeoefenaar voor profilering, doordat hij zich hiermee kan registeren in één van de lagen van het beroepsregister. 
  6. Een leer?ontwikkel traject is verdiepend en/of verbredend qua kennis en vaardigheden.
  7. Het onderwijsaanbod bestaat uit onderscheidende eenheden, die mogelijk met elkaar weer een grotere eenheid vormen. 
  8. De toetsing is afgestemd op de samenstelling van de eenheden en het eindleerdoel van een leertraject.
  9. De eenheden bestaan uit een kennisleerlijn, beroepsleerlijn en ontwikkelleerlijn.
  10. Het onderwijsaanbod is herkenbaar aan praktijk geïnitieerd leren.
  11. Het onderwijs is vormgegeven vanuit de didactische uitgangspunten van blended-learning. 
  12. Onafhankelijke, externe, erkenning uitgevoerd door de SNRO [24] is uitgangspunt van het kwaliteitsbeleid. 

5. Bijlagen

5.1. Bijlage 1: Positieve gezondheid

Wat is positieve gezondheid?

Machteld Huber introduceerde het concept positieve gezondheid in Nederland in 2012.

In dit concept wordt gezondheidniet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren.

In deze visie is gezondheid niet langer meer strikt het domein van de zorgprofessionals, maar van ons allemaal.Het gaat immers om het vermogen om met veranderende omstandigheden om te kunnen gaan. Daarmee biedt dit nieuwe gezondheidsconcept een alternatief voor de definitie van de World Health Organisation (WHO).

Zes dimensies van gezondheid

Huber onderscheidt in haar concept zes gezondheidsdimensies om het ‘gezondheidswelzijn’ te meten:

  • lichaamsfuncties: medische feiten, medische waarnemingen, fysiek functioneren, klachten en pijn, energie;
  • mentale functies en -beleving: cognitief functioneren, emotionele toestand, eigenwaarde/zelfrespect, gevoel controle te hebben, zelfmanagement en eigen regie, veerkracht
  • spiritueel/existentiële dimensie: zingeving/meaningfulness, doelen/idealen nastreven, toekomstperspectief, acceptatie;
  • kwaliteit van leven: kwaliteit van leven/welbevinden, geluk beleven, genieten, ervaren gezondheid, lekker in je vel zitten, levenslust, balans;
  • sociaal maatschappelijke participatie: sociale en communicatieve vaardigheden, betekenisvolle relaties, sociale contacten, geaccepteerd worden, maatschappelijke betrokkenheid, betekenisvol werk;
  • dagelijks functioneren: basis Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL), instrumentele ADL, werkvermogen, healthliteracy.

Spindiagram positieve gezondheid

Wat biedt positieve gezondheid het werkveld?

Kansen

  • De mens staat centraal;
  • Het concept benadrukt het ‘potentieel’, niet wat er niet meer gaat;
  • De focus op ‘gezondheid’ in plaats van op ziekte helpt beleidsmakers en politici anders te denken en het aanbod beter aan te laten sluiten bij de vraag.

Uitdagingen

  • Meetbaar maken positieve gezondheid;
  • De complexiteit van het brede begrip hanteerbaar maken.

5.2. Bijlage 2: Value Based Healthcare

In de huidige situatie met steeds verder oplopende kosten van gezondheidszorg, kijken zorgverzekeraars (in het kader van het beperken van de zorgkosten) niet meer (uitsluitend) naar de gezondheid bevorderende effecten van een behandeling maar nemen in hun beoordeling ook andere positieve effecten mee in hun bepaling of een behandeling in aanmerking komt voor vergoeding.

Indien de effecten van een behandeling ertoe leiden dat de patiënt/cliënt minder aanspraak maakt op (reguliere) zorg, minder (reguliere) medicatie gebruikt of aangeeft (zo mogelijk aantoonbaar) een betere/hogere kwaliteit van leven te ervaren, zal steeds meer tot vergoeding van die behandeling worden over gegaan omdat daardoor, in totaliteit, de kosten van zorg afnemen.

In dat kader worden ook, bijvoorbeeld, zowel preventieve als ondersteunende/coachingsmethoden vergoed die vallen onder het zogenaamde‘levensstijl’ [25]verbeterende begeleiding.

Zo kennen we inmiddels (bij voorbeeld):

  • bewegingsmethoden waarbij diabetes patiënten dagelijks gedurende een bepaalde tijd lopen/bewegen en daardoor minder medicatie nodig hebben;
  • voedingsmethoden waardoor bijvoorbeeld patiënten die worden bestraald of chemokuren ondergaan daarvan minder negatieve effecten en daardoor minder (reguliere) begeleiding en medicatie nodig hebben alsook;
  • meditatie en oosterse bewegingsmethoden die patiënten met burn-out en zelfs patiënten met kanker een gevoel van betere kwaliteit van leven geven waardoor ze minder (reguliere) ondersteuning en/of medicatie nodig hebben.

In het kader van deze, min of meer afgeleide of secundaire effecten, zijn enorm veel methoden inzetbaar die naast de (eventuele) eigen positieve gezondheid-bevorderende aspecten, een positief effect hebben op de afname van zorg (in welke vorm dan ook).

Wat is Value Based Healthcare

In 2006 lanceerde Michael Porter het boek Redefining Health Care en gaf daarmee het startsein voor de transitie naar Value Based Healthcare (VBHC). Inmiddels is VBHC een hot topic binnen de zorg. Veel organisaties worstelen met de vraag waar te beginnen en hoe ze de waarde van zorg nog inzichtelijker kunnen maken.

Wat houdt VBHC in

We hanteren hierbij de definitie van Michael Porter:

De definitie van patiëntwaarde is de patiënt relevante uitkomsten, gedeeld door de kosten per patiënt voor de gehele zorgcyclus om deze uitkomsten te behalen. Value-Based Healthcare is gericht op het maximaliseren van de waarde van zorg voor de patiënt en het reduceren van de zorgkosten.

Porter beschrijft de transformatie van de zorg naar Value-Based Healthcare aan de hand van zes elementen die onderling verband houden met elkaar:

  1. Organiseer de zorg rondom helder gedefinieerde patiëntgroepen;
  2. Meet de uitkomsten en de kosten voor iedere patiënt;
  3. Ketenfinanciering;
  4. Ketenzorg (over de schotten heen georganiseerd);
  5. Geografische expansie van best practices;
  6. Ondersteunende technologie.

Hier vindt u een uitgebreide uitleg van het model van Porter.

The value based system volgens Michael E. Porter


[1] CAM staat voor: Complementary and Alternative Medicine. Aangezien de term ‘alternatief’ binnen de gezondheidszorg een negatieve klank heeft gekregen, spreekt Prevenzis liever van: Complementary and Additive Medicine.

[2] Onder ‘in de eigen kracht staan’ verstaat Prevenzis: studenten/startende-beroepsbeoefenaars

  • zijn zich bewust van wat ze kennen en kunnen en durven daarop te vertrouwen;
  • hebben inzicht in de grenzen van hun handelen;
  • hebben een helder beeld van hun behandelperspectief;
  • zetten zich met hart en ziel in voor hun beroep;
  • beoefenen hun beroep met liefde, passie en compassie;
  • zijn bekend met de regelgeving rond de uitoefening van hun beroep
  • en bewaken hun eigen grenzen.

[3] Prevenzis beschouwt het samenwerken met partijen binnen het CAM-domein en het daarmee bevorderen van de verdere ontwikkeling van het CAM-domein in dit kader als doelstelling.

[4] Zie Bijlage 2: Value Based Healthcare

[5] Abituriëntenregister en branche?/beroepspecifieke PE?Register van Cpion en SNRO (Arcos).

[6] “het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren” door Machteld  Huber 2012.

[7] Zie ook: 5.1. Bijlage 1: Positieve gezondheid

[8] In een recent advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving geeft RVC-raadslid JanKremer aan: “Goede zorg is vooral een kwestie van hart en ziel. Het gaat er om wat zorgverleners goed vinden om te doen in kwetsbare fases in het leven van mensen”. Prevenzis onderschrijft dit advies van harte. Hiernaast is in het zelfde advies vermeld: “Evidence-bases practice als basis voor goede zorg is een illusie”.

[9] www.nibig.nl gelaagd register

[10] Steeds wordt erkend dat de (concurrentie)kracht van de economie en innovatie sterk afhankelijk is van de vorming van nieuwe kennis. En met name door de mate van toegankelijkheid tot die nieuwe kennis. 

Velen noemen dit verschijnsel wel de ‘kennisparadox’. Een belangrijk deel van het kennispotentieel in Nederland is ontwikkeld binnen universiteiten. Aan universiteiten wordt voornamelijk fundamenteel onderzoek verricht. Daarnaast vindt er op bescheiden schaal toegepast onderzoek plaats. 

[11] Zie www.nibig.nl  voor het gelaagde register 

[12] Zie www.nibig.nl  voor het gelaagde register 

[13]http://www.eengezondernederland.nl, http://www.gezondheidsmanagement.nl,  kamerbrief minister Ascher; 20 december 2013. Hoofdlijnen aanpak psychosociale arbeidsbelasting, kamerbrief minister Schippers; 5 maart 2016              
Preventie in het zorgstelsel: van goede bedoelingen naar het in de praktijk ontwikkelen van resultaten, gezondheidsdefinitie Machteld  Huber2014.

[14] Zie www.nibig.nl  voor het gelaagde register 

[15] NIBIG 2016

[16]In de  huidige (2016) indeling volgens Vektis (http://www.vektis.nl) wordt gesproken over de ‘Beroepsbeoefenaar in de Alternatieve BeweegZorg’ (BBAB). Aangezien Prevenzis er voor kiest de term ‘complementair’ te gebruiken en inmiddels ook ‘levensstijl’van groot belang is geworden, wordt verder (voorlopig) de term‘Beroepsbeoefenaar in de Integratieve (beweeg/levensstijl)Zorg’ (BIZ) gebruikt in dit kerndocument. Wanneer dit een andere benaming /indeling zal gaan worden, dan zal Prevenzis zich hier op aanpassen. 

[17] http://www.snro?instituut.nl/userfiles/Tien?Algemene?HBO?Competenties.pdf 

[18] https://score.hva.nl/Bronnen/Overzicht%20taxonomieën.pdf 

[19] https://www.youtube.com/watch?v=t6WX11iqmg0&feature=youtu.be 

[20] Deze indeling is richtinggevend en is gebaseerd op de verschillende passen van de SNRO en de indeling van het gelaagd register van NIBIG. 

[21]De toetsingsvoorwaarden zijn vastgelegd in het toetsbeleid van Prevenzis en worden bewaakt door een onafhankelijke examencommissie. 

[22] https://www.kennisnet.nl/artikel/flipping-the-classroom-handige-infographic/

[23]Ervaringsdeskundigheid is het vermogen om op grond van eigen herstelervaring voor anderen ruimte te maken voor herstel. De kennis die door reflectie op de eigen ervaringen en ervaringen van deelgenoten is vergaard, aangevuld met kennis uit andere bronnen, wordt op een professionele manier ingezet ten behoeve van anderen. http://www.deervaringsdeskundige.nl 

[24] Op dit moment zijn SNRO en CPION de aangewezenaccreditatiebureaus binnen het CAM-domein. Prevenzis kiest er voor om haaronderwijs bij SNRO te laten accrediteren. Indien, op een later moment, andere accreditatiebureaus worden aangewezen en/of accreditatie via de NVAO mogelijk wordt, zal Prevenzis bezien of die accreditaties beter passend zijn voor haar onderwijs.

[25] Over het algemeen wordt deze richting als ‘Lifestyle coaching’ (en dergelijke)aangeduid. Bij Prevenzis kiezen we ervoor, deze aan te geven met de Nederlandstalige term ‘Levensstijl’.